Geschiedenis.jpg

Geschiedenis

Op 16 mei 1782 kreeg Frans Dielens, advocaat bij de soevereine raad van Brabant de toelating om een graan- en oliewindmolen te bouwen. Dit ondanks protest van de molenaar (Frans Palms) van de Berderenmolen, de verdwenen molen aan de Oude Steenweg. Vooral om het feit dat dit een privé molen was en dus belastingen verschuldigd was aan de staat, in tegenstelling tot de Berderenmolen die afhankelijk was van de St. Baafsabdij in Gent.

De molen deed goede zaken, in 1810 was er één olieslager en 5 maaldersgasten te werk gesteld. De molen kwam in 1817 door vererving in het bezit van J. Corluy en Elisa Palms (dochter van molenaar Palms), waardoor beide molens in Boechout van één familie waren.

In 1873 erfde Fernand Corluy de molen, maar hij verkocht hem in 1895 aan Corneel de Vos (zijn neef). Later in 1910 werd de molen verkocht aan Frans Voets, die hem - samen met zijn zonen - liet malen tot 1975. De erfgenamen Voets verkochten de molen in 1998 aan de Familie Van den Brande, de huidige eigenaar. Zij lieten de molen terug maalvaardig restaureren. Sinds de heropening in 2003 wordt de molen in bedrijf gehouden door een ploeg vrijwillige molenaars.

Een V1 bracht tijdens WO II de molen ernstige schade toe. In oktober 1943 werd de molen opgenomen op de lijst van beschermde monumenten. Er werden uitwendige restauratiewerken uitgevoerd in 1964 door de firma Caers. Op 18 november 1991 werd de omgeving van de molen beschermd als dorpsgezicht. 

Begin jaren 1930

De oude molen rond 1940

Begin jaren 1970

Wachten op restauratie in 2000

In de stelling in 2002